Uncategorised

Protoplanetaire schijf

Protoplanetaire schijven zijn enorme, snel draaiende, nagenoeg cirkelvormige schijven van waterstofgas, deuterium, helium, stof en moleculen zoals water, rond pasgeboren sterren. Deze schijven kunnen diameters van 180 miljoen kilometer tot vele honderden miljarden kilometers bereiken.


Mettertijd klontert het stof tot deeltjes silicaat, ofwel chondrulen. Chondrulen klonteren weer samen tot chondrieten. Uiteindelijk vormen het gas in de protoplanetaire schijf en de chondrieten gasplaneten en rotsplaneten. Dit verklaart waarom de zon en de planeten in ons huidige zonnestelsel een gezamenlijk vlak vormen dat zo plat is als de spreekwoordelijke pannenkoek.
Ons zonnestelsel heeft tot aan de buitenste planeet Neptunus een doorsnede van 9 miljard kilometer, waarbij Neptunus op een afstand van 4,5 miljard kilometer van de zon draait.
Ons zonnestelsel is echter veel groter dan de baan van de buitenste planeet Neptunus.
De grootte en vorm van het zonnestelsel wordt op twee manieren beïnvloed door de zon.
Ten eerste via de zonnewind. Dit is een stroom van plasmadeeltjes (zoals protonen en heliumkernen) die door de enorme hitte in de buitenste atmosfeer van de zon zoveel energie krijgen dat ze de zwaartekracht van de zon overwinnen en naar buiten vliegen. Hierdoor ontstaat de heliosfeer. De naam zegt het al de heliosfeer is in tegenstelling tot het planetenstelsel bolvormig en oefent een voorturede druk uit die gevoed wordt door de stroom plasmadeltjes. De heliosfeer is veel groter dan het planetenstelsel en heeft een doorsnede van tientallen miljarden kilometers. Een verdere groei van deze bel wordt tegengehouden door de tegendruk van het aanwezige gas tussen de heliosfeer en andere sterren.
De ware grootte van ons zonnestelsel wordt echter bepaald door de zwaartekracht van de zon. Deze fundamentele kracht reikt vele malen verder dan de heliosfeer, helemaal tot aan de buitenrand van de Oortwolk een bolvormige schil van miljarden tot biljoenen ijzige brokstukken en kometen.
Met de zon in het midden tot aan de rand van de Oortwolk heeft ons zonnestelsel een diameter van ongeveer anderhalf lichtjaar (ruim 14.000 miljard kilometer). Verder reikt de zwaartekracht van de zon niet, omdat daar de aantrekkingskracht van naburige sterren groter wordt.

ATP

ATP (het molecuul: Adenosinetrifosfaat)bevindt zich in de mitochondriën van de cellen en is de belangrijkste energiedrager voor alle levende cellen. Het functioneert als een oplaadbare batterij of 'powerbank'. Wanneer een cel energie nodig heeft (bijvoorbeeld voor: zenuwoverdracht, spiercontractie, transport of celdeling), wordt ATP afgebroken en komt er direct energie vrij.
Het molecuul ATP bestaat uit adenine+een suiker (ribose)= adneosine en drie fosfaatgroepen. De binding tussen de laatste twee fosfaatgroepen vormt de voorraad energie voor cellen.
Het proces werkt als volgt:

Energie vrijmaken:
Wanneer een cel energie nodig heeft, wordt de derde fosfaatgroep afgesplitst. Hierbij komt energie vrij.
Er blijven ADP (twee fosfaatgroepen of Adenosinedifosfaat) over

Energie opslaan:
Door verbranding van suikers en vetten (in de cel, met name in de mitochondriën) wordt er weer een fosfaatgroep aan ADP geplakt. Hierdoor wordt de batterij opgeladen tot ATP(Adenosinetrifosfaat).

ATP is onmisbaar voor biologische processen, waaronder:

• Spiercontractie: spieren samentrekken en bewegen.
• Actief transport: Stoffen de cel in- en uitpompen tegen de concentratiegradiënt in.
• Opbouw van moleculen: Het aandrijven van chemische reacties, zoals het maken van eiwitten (assimilatie).
• Communicatie tussen zenuwcellen en celstructuren.

Neolitische landbouw in Ierland

De eerste mensen die in Ierland die 4000 v.Chr. overgingen tot landbouw en veeteeld op blijvende percelen, waren afstammelingen van boeren afkomstig uit het huidige Turkije en de vruchtbare Halve Maan in het midden Oosten. Daar was 10.000 v.Cr.landbouw ontstaan. Van daaruit heeft de landbouw zich in enkele duizenden jaren geleidelijk verspreid naar Griekenland en Europa.

De eerste boeren in Ierland bouwden in een voor die periode opmerkelijk rap tempo permanente rechthoekige woningen in plaats van tijdelijke kampen.

Er ontstonden agrarische gemeenschappen die leidden tot grootschalige gemeenschappelijke bouwprojecten, zoals Newgrange, gebouwd rond 3200 v.Chr.

Waterstof

Waterstof of het isotoop protium is een chemisch element met symbool H (Latijn: Hydrogenium) en atoomnummer 1. Waterstof heeft éen proton, géén neutron en éé elektron.
Waterstof is het lichtste element.
Waterstof, in deze vorm, komt op de aarde niet voor.
In het universum is waterstof verreweg het meest voorkomende element.
Er bestaan ook zwaardere vormen of isotopen van waterstof met neutronen, zoals deuterium (één neutron) en tritium (twee neutronen).
Waterstof komt als het molecuul diwaterstof in in zeer lage concentratie, in de aardatmosfeer voor als waterstofgas.
Diwaterstof of Waterstofgas bestaat uit twee-atomige moleculen.
Aggregatietoestand: Om auto's voort te bewegen wordt waterstofgas in de praktijk meestal onder heel hoge druk (als gas) opgeslagen, of in vloeibare vorm bij extreem lage temperaturen (-253 °C). In een brandstofcel reageert dit vervolgens met zuurstof om elektriciteit te maken.

Refractor telescoop

Een refractor telescoop, is een instrument dat wordt gebruikt voor het observeren van objecten in het universum. Deze telescoop maakt gebruik van geslepen glazen lenzen om licht te buigen en zo verre objecten dichterbij te halen voor een gedetailleerde observatie. Een refractor telescoop bestaat uit objectief, oculair, tubus en montering. De werking van een refractor telescoop berust op de manier waarop lenzen licht breken en focussen. Wanneer licht door het objectief valt, buigt de lens het licht, zodat het focusseert op een specifiek punt binnen de telescoop. Het oculair vergroot dit gefocuste beeld, waardoor je een vergrote en heldere waarneming krijgt van verre objecten zoals planeten, sterren en nevels.