termen en definities

Elk vak kent de nodige vaktermen die niet bij iedereen bekend zijn. Hieronder vindt je een lijst van de op deze website gebruikte vaktermen. Door er met de cursor over te gaan verschijnt een venstertje dat beknopte uitleg over de aangewezen vakterm geeft.

Albert Einstein(1879 –1955)

Het foto-elektrisch effect

Wanneer licht op een metaal valt, kunnen elektronen uit het metaal worden losgemaakt. Dit effect werd verklaard door Einstein en is een belangrijk bewijs dat licht uit deeltjes (fotonen) bestaat.

De formule

hf = Θ + Ek

Betekenis van de symbolen

  • h = constante van Planck
  • f = frequentie van het licht
  • hf = energie van één foton
  • Θ = uittree-arbeid (energie nodig om elektron los te maken uit het metaal)
  • Ek = kinetische energie van het vrijgekomen elektron

Wat gebeurt er?

Een foton komt in botsing met een elektron in het metaal:

Stap 1: Het foton levert energie hf

Stap 2: Een deel wordt gebruikt om het elektron los te maken (Θ)

Stap 3: De rest wordt kinetische energie (Ek)

Drempelfrequentie

Als hf kleiner is dan Θ, dan komen er geen elektronen vrij. Er bestaat dus een minimale frequentie:

f0 = Θ / h

Schematische weergave

Licht (foton)
      ↓
   hf energie
      ↓
  [ METAAL ]
   |     |
   |     └── Eₖ (bewegende elektron)
   |
   └──────── Θ (uittree-arbeid)
  

Betekenis in de natuurkunde

Dit verschijnsel behoort tot het domein van de kwantummechanica en werd één van de belangrijkste bewijzen dat licht niet alleen een golf is, maar ook uit deeltjes bestaat.

Zie ook: foto-elektrisch effect

cel

De eerste organismen op aarde waren eencellige levensvormen zonder celkern. Deze organismen, die tegenwoordig nog steeds voorkomen, kunnen overleven onder extreme omstandigheden, zoals in heetwaterbronnen, zoutmeren en zelfs kerncentrales. Zij worden prokaryoten genoemd en omvatten de domeinen bacteriën en archaea.
Archaea ontstonden ongeveer drie tot vier miljard jaar geleden op aarde. Volgens een veelgeaccepteerde hypothese zijn op een bepaald moment in de evolutie twee archaeacellen met elkaar versmolten. Uit deze symbiotische samenwerking zouden de eerste eukaryoten zijn ontstaan: eencellige organismen met een echte celkern.

Prokaryotische cellen

Prokaryotische cellen worden gekenmerkt door hun eenvoudige bouw. Zij beschikken niet over een celkern en missen andere membraangebonden organellen. Toch zijn zij in staat alle noodzakelijke levensprocessen uit te voeren, waaronder groei, stofwisseling en celdeling.
Het DNA van een prokaryotische cel bestaat meestal uit één enkel circulair chromosoom dat zich vrij in het cytoplasma bevindt. Het gebied waarin dit DNA ligt, wordt het nucleoïde genoemd.
Prokaryoten hebben doorgaans een diameter van ongeveer 0,5 tot 2,0 micrometer (µm).
De cel wordt omgeven door een plasmamembraan. Bij veel soorten bevindt zich daarbuiten een stevige celwand. Sommige bacteriën bezitten bovendien een extra beschermende laag, de capsule of slijmlaag genoemd.
Het plasmamembraan geeft de cel vorm en stevigheid, scheidt de celinhoud van de omgeving en regelt welke stoffen de cel kunnen binnenkomen of verlaten.
Het cytoplasma bevat naast het erfelijk materiaal ook ribosomen en verschillende insluitsels waarin voedingsstoffen of reservestoffen kunnen worden opgeslagen.
Veel prokaryoten bezitten daarnaast kleine, extra DNA-ringen die plasmiden worden genoemd. Deze bevatten vaak genen die voordelen bieden, zoals resistentie tegen antibiotica.
Aan de buitenzijde van de cel kunnen zich flagellen en pili bevinden. Flagellen dienen voor de voortbeweging van de cel, terwijl pili een rol spelen bij de hechting aan oppervlakken en bij de uitwisseling van genetisch materiaal tussen cellen.

Melkweg: Wat doet de naam er toe?

Melkweg: Wat doet de naam er toe?

Mensen hebben vele namen en mythes gewijd aan de Melkweg.
De naam Melkweg die astronomen gebruiken, komt uit het oud Griekse woord gala dat melk betekent. Een mythe vertelt dat de Melkweg werd gecreëerd toen Hera de echtgenote van de Grieks oppergod Zeus tijdens de borstvoeding van de halfgod Herakles, deze wegduwde en daarbij haar melk morste: "Galaxias".
Dit is slechts een van de namen die mensen gegeven hebben aan die band van licht aan de nachtelijke hemel.
De Armeniërs noemden het "Shvil Tivna"(Weg van Stro).
De Aboriginals hadden het over "Wodliparri": kampvuren aan de rivier.
In China had men het het over "yínhé": ziveren rivier.
In de Egyptische mythologie werd de Melkweg gezien als een “hemelse rivier” die de aarde met de hemel verbond. De Melkweg werd geassocieerd met Nut, de godin van de hemel. Nut werd soms gezien als de belichaming van de Melkweg zelf, of als een goddelijke figuur die de sterrenhemel overspant.

Wilhelm Wien(1864-1928

Wilhelm Wien speelde een cruciale rol in het begrijpen van de kleur en temperatuur van gloeiende voorwerpen, waaronder de zon.
Hij formuleerde in 1893 de wet van Wien, die zegt: Volgens de wet van Wien verschuift het maximum van de warmtestraling naar kortere golflengten naarmate een voorwerp warmer wordt. Koele voorwerpen stralen vooral infrarood uit.Bijvoorbeeld een kachel. Rond 800 K (ongeveer 530 °C) wordt een voorwerp roodgloeiend. Bij enkele duizenden graden wordt het geel-wit, zoals een gloeilampdraad. De zon, met een oppervlaktetemperatuur van ongeveer 5.800 K, straalt het sterkst in het groen-gele deel van het spectrum, maar zendt voldoende licht van alle zichtbare kleuren uit om voor ons vrijwel wit te lijken.

Antipsychiatrie

de antipsychiatrie (1965-1985) bekend van kreten zoals 'baas in eigen brein', machtsongelijkheid tussen arts en patiënt'' en het bestrijden van het 'patiënt stigma', is een reactie op de periode in de psychiatrie, toen het patiënten bestaan in de inrichtingen werd getekend door het in grote groepen ondergaan van arbeidstherapie, elektroshocks en medicatie.
Kritische hulpverleners vonden dat patiënten onderdrukt werden in de psychiatrische ziekenhuizen en niet langer moesten worden afgescheept met een pil en een schouderklopje, maar dat men op zoek moest gaan naar de psychologische en sociale oorzaken van hun problemen, door intensief met hen te praten, eventueel met het gezin erbij.
Patiënten moesten in het kader van onafhankelijkheid, gelijkheid, de verpersoonlijking, individualisering en vermenselijking voortaan als gelijkwaardig gezien worden aan de arts en verpleger en de rol van cliënt aannemen.
Dit alles geschiedde onder invloed van de radicale ideeën van zogeheten antipsychiaters als Laing en Foudraine die onder hulpverleners in de psychiatrische inrichtingen veel weerklank vonden.

Subcategorieën