3. Koester de menselijke aard

Van de rationeel economische mens naar de sociaal aangepaste mens

Tot nu beschreven economen, de mens als een homo economicus.
Adam Smith noteerde in 1759 dat mensen uit eigen belang geneigd zijn dingen te verkwanselen, te ruilen en uit te wisselen. Volgens hem was eigen belang het meest in het voordeel van het individu. Adam Smith erkende dat dit beeld slechts een karikatuur was van de werkelijkheid.

Wij moeten volgens Raworth af, van het beeld, dat de mens een homo economicus is. De mens is van aard niet solitair, berekenend, onverzadigbaar en competitief. Tal van economen hebben echter hun best gedaan deze homo economicus karikatuur, uit te breiden. Dit heeft er toe geleid, dat er een wijd verbreid geloof ontstaan is, in de homo economicus. Het gevolg daarvan was, dat mensen zich inderdaad gingen als een homo economicus. Raworth merkt hierover op, dat in Israël de economiestudenten, zich in het derde jaar, inderdaad minder altruïstisch gedragen dan de eerstejaars.
Mensen laten zich beïnvloeden door voorspellingen en modellen. Raworth Geeft als voorbeeld, een wiskundig model, dat gebruik maakt van de beschikbare data van een optiebeurs om toekomstige prijzen te voorspellen. In het begin zit het model er altijd minstens 30% naast echter na verloop van tijd zit hetzelfde onveranderde model er maar 2% naast. Handelaren pasten hun prijs steeds meer aan de verwachtingen van het wiskundige model.
Medewerkers van een bedrijf werden gevraagd raadsels op te lossen met daarin woorden zoals "profijt ", "kosten" en "groei". Wanneer hen daarna gevraagd werd naar de behoeften van hun collega’s, toonden zij minder empathie en waren zelfs bezorgd, toewijding aan anderen te tonen omdat dit niet professioneel zou zijn.

Er is behoeften aan een ander beeld dan het beeld van de homo economicus

Het beeld wat wij van ons zelf schetsen, is vaak datgene wat wij ook worden. Het is daarom tijd een nieuw beeld van onszelf te schetsen wanneer wij over willen gaan naar de donut economie.
  1. Wij handelen niet uit eigen belang maar omdat we sociaal zijn en uit wederkerigheid.
  2. Onze wensen zijn niet vaststaand maar aan verandering onderhevig.
  3. Wij zijn niet onafhankelijk maar juist afhankelijk van elkaar.
  4. Wij zijn niet berekenend maar wij schatten dingen in.
  5. Wij domineren de natuur niet maar zijn wij ingebed in de natuur of maken onderdeel uit van de natuur

Raworth benadrukt dat de kennis die verkregen is over het economisch gedrag van mensen, afkomstig is van onderzoek bij jonge studenten aan hoofdzakelijk westerse universiteiten. Raworth heeft het over de WEIRD societies: western educated industrialized rich democratic societies. Een populatie die representatief is voor 12% van de mensheid. Het is dus goed mogelijk dat andere culturen ander gedrag laten zien.
Raworth vertrouwt er op, dat het nieuwe beeld dat zij van de mensen schetst, voorlopig voldoende is, om representatief te zijn voor de rest van de mensheid .

Van eigen belang naar sociale wederkerigheid

Raworth Stelt dat mensen niet alleen handelen uit eigen belang maar ook behulpzaam zijn naar anderen. We zijn niet alleen geneigd tot handel drijven uit eigen belang maar ook tot geven, wederkerigheid en tot delen. Homo sapiens blijkt coöperatiever dan mieren, hyena’s en zelfs de naakte woelrat.
Wij zijn geneigd profiteurs van de gemeenschap te bestraffen. Raworth noemt een bekend experiment waarin aanbieder en ontvanger een bedrag moeten delen. De aanbieder stelt de ontvanger een percentage voor. Wanneer de ontvanger niet akkoord gaat met het percentage, ontvangen beiden niets. Indien mensen alleen uit eigen belang lang zouden handelen, zou de ontvanger altijd akkoord gaan met een lager percentage. Dit is bijna nooit het geval. Indien de aanbieder een te laag percentage geeft, zal de ontvanger hem straffen door het aanbod wat hij te laag vindt af te wijzen en krijgen aanbieder en ontvanger niets. In dit geval vindt de ontvanger rechtvaardigheid belangrijker dan eigenbelang.

Van voorkeuren naar veranderlijke waarden

Prijs en inkomen bepalen slechts in geringe mate de vraag naar een product. Ook bepaalt het adverteren niet of er vraag is naar een product is. Echter wanneer een product gekoppeld wordt aan voor ons belangrijke waarden, ontstaat wel een behoefte aan dat product. Belangrijke waarden zijn bijvoorbeeld vrijheid en macht. Ik herinner mij nog de reclame voor het sigarettenmerk Peter Stuyvesant op zijn Duits: "der Duft der grosse weite Welt", of "AEG, laat je niet in de steek."
De waarden waaraan deze merken werden gekoppeld spreken voor zichzelf.
Raworth suggereert, dat deze waarden, ook gebruikt kunnen worden, voor het tot stand brengen van een verandering in onze mindset richting de donut economie. Zij verwijst naar de tien universele waarden die volgens Schwarz in elke cultuur aanwezig zijn: Zie het model hieronder.

Van geïsoleerd naar wederzijds afhankelijk


De eerste economische modellen tonen onafhankelijke mensen, die zich laten leiden door hun verlangens en financiële prikkels. Echter mensen worden sterker beïnvloed door waarden. Tieners laten zich bijvoorbeeld bij de beoordeling van songs sterk leiden door de keuze van leeftijdsgenoten. Financiële prikkels zoals subsidies voor zonnepanelen, prijsverhoging of verlagingen, bereiken zelden het beoogde effect. Mensen laten zich eerder leiden door netwerkeffecten zoals de vraag: Wat doen belangrijke anderen? “Hé die hebben ook zonnepanelen op hun dak.”
Zie hier waarden die voor alle culturen gelden.

Van berekenend naar afwegend

Voorspellen welke keuzes mensen maken of In welke richting mensen zich bewegen -laat staan bepalen- bleek moeilijker dan economen verwachtten.
Herbert Simon vond in de vijftiger jaren dat de rationaliteit van mensen in het maken van keuzes, sterk beperkt is. Mensen zijn geneigd, andere dan verwachte, misschien verkeerde inschattingen, te maken op grond van:

Factoren die logisch keuzes verstoren:

  1. Beschikbaarheid: recentere of meer beschikbare informatie.
  2. Angst voor verlies: men vermijdt liever een verlies dan dat men een gelijkwaardige winst behaald
  3. Selectieve waarneming: feiten en argumenten die binnen ons bestaande denkraam passen
  4. Risico-inschatting: het risico dat het misgaat te laag inschatten en je vermogen tot een oplossing te hoog inschatten.

De lijst van factoren die keuzes kunnen verstoren ofwel moeilijk voorspelbaar maken is zeer lang.

Hoe proberen economen mensen te sturen?

Het spreekt vanzelf dat economen niet veel vertrouwen hebben in de vaardigheden van mensen, risico’s in te schatten. Men heeft dan ook gezocht naar methodes om mensen in een bepaalde richting te duwen.
Kijk naar de reclamewereld.
Op zichzelf kan dat in bepaalde situaties, ook zijn voordelen hebben. Bijvoorbeeld wanneer je fruit op ooghoogte plaatst in de schoolkantine.
Mensen zijn echter niet alleen bezig met het maken van risico-inschattingen. In bepaalde situaties maken mensen gebruik van vuistregels. Vuistregels die in de loop der tijd hun nut bewezen hebben.
In de spoedeisende hulp van een ziekenhuis gebruikt men de volgende vuistregels, wanneer iemand zich meldt met hartklachten.
1. Zijn er onregelmatigheden in het cardiogram? Indien ja, patiënt naar hartbewaking. Indien nee….
2. Is pijn op de borst het primaire symptoom? Indien ja, patiënt naar hartbewaking. Indien nee….
3. Is een van 5 specifieke symptomen aanwezig? Indien ja, patiënt naar hartbewaking. Indien nee... 4. stel een bed beschikbaar op de algemene afdeling.
Dergelijke vuistregels bleken veel beter in het maken van de juiste keuzes dan computermodellen die wel 50 factoren meenamen in hun te maken keuze.
Mensen hebben wel degelijk vaardigheden in het omgaan met risico’s. Gigerenzer specialist in vuistregels en heuristische vaardigheden vindt dat we de vaardigheid van mensen, vuistregels te hanteren statistiek te begrijpen moeten stimuleren en uitbreiden. Mensen hebben de dramatische veranderingen van het klimaat te laat beseft. Dit omdat deze veranderingen in eerste instantie onzichtbaar, uitgesteld, geleidelijk en ver van onze voordeur plaatsvond.

Van dominant naar afhankelijk

Mensen dienen hun relatie met de hen omringende wereld dringend te veranderen ten opzichte van de biosfeer waarin mensen leven. Het beeld van de mens, die aan de top van de piramide staat en die de aarde ter beschikking heeft, voor zijn eigen behoefte, moet veranderen in een besef dat mensen diep afhankelijk zijn van de biosfeer en daarom hun gedrag en denken fundamenteel moeten veranderen. Deze urgentie is zo groot dat Raworth stelt dat het onderwijs doordrenkt moet zijn van het aanleren van een bewustzijn van wederzijdse afhankelijkheid en een nog grotere afhankelijkheid van het welzijn van de biosfeer.
Raworth stelt dat wij ook een taal moeten leren spreken die het belang van wederzijdse afhankelijkheid onderstreept. Zij verwijst naar het bezoek dat een opperhoofd van het volk der Irokezen bracht aan een collegezaal van de universiteit van Berkeley en daar tegen de studenten opmerkte.
"Datgene wat jullie hulpbronnen noemen heet bij ons verwantschap."
Raworth citeert Janine Benyus de mimicry expert die zegt over de aarde:
“Dit thuis is van ons maar niet van ons alleen"

De ecologische schrijver Charles Eisenstein zegt:
"Het is tijd dat wij beseffen dat ons levende zelf verbonden is met onze mede schepper de Aarde"

Dat alles laat onverlet dat wij nog onvoldoende weten hoe wij ons verhouden tot geld. Raworth vermoedt dat geld ons vermogen tot delen negatief beïnvloedt en stelt dat er wellicht een andere uitkomst zou zijn geweest wanner het experiment van aanbieder en ontvanger niet over geld zou zijn gegaan maar over voedsel.
Zij vermoedt dat geld eerder een externe motivatie van oneerlijk delen aanwakkert dan de intrinsieke waarde dat iedereen voldoende en gezond moet kunnen eten.

Voorzichtig met markten en lucifers

Raworth vergelijkt de werking van de markt met een lucifer.
Een vonkje kan ontaarden in een oncontroleerbare brand.
Vervolgens geeft zij een aantal voorbeelden van onderzoeken waar geld werd gegeven om bepaald gedrag te stimuleren.
Haar algemene conclusie is dat geld inderdaad gedrag stimuleert maar de intrinsieke waarde die normaliter aan gedrag ten grondslag ligt doet uithollen.
Treffend is het voorbeeld van een programma in Colombia waar een groep ouders een kleine maandelijkse uitkering ontving. In ruil daarvoor moesten hun kinderen 80% van de schooltijd ook daadwerkelijk op school zijn en moesten het overgang examen behalen.
De conclusie van het onderzoek was dat van de kinderen waarvan de ouders deze uitkering ontvingen 3% meer voor hun overgang examen slaagden en het jaar daarop 1% meer ten opzichte van de kinderen van ouders die geen uitkering ontvingen. Toen de onderzoekers verder keken dan deze resultaten merkten zij dat van de groep meisjes die niet geselecteerd waren aan dit programma mee te doen maar wel een broertje of zusje hadden die meedeed 10% meer schooluitval en slechter presteerden, vergeleken met de groep meisjes waarvan de gezinnen niet meededen aan het onderzoek.
Raworths conclusie is dat economen het prijseffect schromelijk overschatten t.o.v. menselijke waarden zoals trots op prestatie, verantwoordelijkheid voor anderen en de gemeenschap, netwerkeffecten, zoals sociale normen en het besef van de noodzaak van wederkerigheid. Raworth gaat zelfs verder dan dat en stelt dat wanneer je mensen ziet en behandelt als consumenten en overal een prijskaartje aanhangt, je daarmee ook de trots op prestatie, verantwoordelijkheid voor de gemeenschap en het besef van de noodzaak van wederkerigheid verder uitholt. Het wantrouwen van mensen in anderen wordt hierdoor versterkt.

Raworth verwijst hierbij naar experiment in Mexico en Tanzania met herbebossing. In een aantal dorpen kregen boeren betaald voor het herbebossen. In andere dorpen werd een gemeenschapsproject gestart. Het bleek na enkele jaren dat de intrinsieke motivatie van de betaalde boeren afgenomen was. Hun motivatie met het herbebossen door te gaan ging steeds meer afhangen van de verdiensten. In de dorpen echter waar de herbebossing als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid werd aangepakt duurde het langer om mensen zover te krijgen maar bleek hun verantwoordelijkheid om ermee door te graan veel groter dan in de dorpen waar de boeren betaald werden voor de herbebossing.
Gebruik maken van aanmoedigingen, netwerken en normen
Motivatie berust op veel meer dan prijs en kosten. Aanmoediging bleek een groot effect te hebben op het gebruik en de inname van medicatie. In Engeland wordt jaarlijks voor 300 miljoen Pond vernietigd aan niet gebruikte medicatie. Niet alleen zonde van het geld maar ook niet goed voor de gezondheid en slecht voor de werking van de medicatie, op de lange termijn. Onderzoekers ontdekten dat een de eenvoudige sms, leidde tot grote verbetering in de medicatie inname.
In Kenia zorgde een wekelijkse sms voor 25% verbetering van de inname van antivirale middelen voor de bestrijding van aids. Dit kostte geen geld alleen een simpel bericht. Het gebruik van bewegings sensoren en verbeterde douchekoppen leidt tot minder verbruik van elektriciteit en water. In Kopenhagen leidde het aanbrengen van groene voetstappen richting de prullenbakken tot 46% minder weggegooid papierafval. Netwerkeffecten die te maken hebben met angst en trots, hebben een grote invloed op sociaal gedrag. Toen president Lula van Brazilië, in 2011 bekend maakte dat hij leed aan keelkanker ten gevolge van tabaksgebruik, had dit een grote invloed, op het nationale googlen naar hoe te stoppen met roken. Malala Yousafzai had wereldwijd grote invloed op het gedrag van jonge meisjes richting onderwijs.
Toen tv-ster Jade Goody in Engeland bekend maakte dat zij leed aan baarmoederhalskanker, lieten 43% meer vrouwen zich onderzoeken.
Aanmoedigingen en netwerkeffecten werken omdat zij een beroep doen op de onderliggende normen en waarden zoals: plichtsbesef respect en zorgzaamheid. En…. -heel belangrijk- kunnen onmiddellijk geactiveerd worden.
Het volgend onderzoek toont aan dat het belangrijk is op de goede knoppen te drukken. Onderzoekers boden automobilisten de keuze hun bandenspanning gratis te testen. In het ene geval voerden zij als reden aan dat het veiliger is te rijden met de goede bandenspanning en in het andere geval dat het milieu gespaard wanneer je rijdt met de juiste bandenspanning. Het bleek dat automobilisten zich eerder lieten verleiden door het milieu motief dan door het veiligheid motief.
In Uganda werd geconstateerd dat een groot aantal gezondheidscentra slecht bezocht werden. Hierna kregen de lokale gemeenschappen de verantwoordelijkheid voor het naar eigen inzicht besturen en controleren van de gezondheidscentra. Het gevolg was dat deze centra na een jaar veel beter presteerden. Er was een toename van 20% patiënt contacten. De wachttijden verkortte. Artsen en verplegers waren veel vaker aanwezig en de kindersterfte werd met 33% teruggedrongen.
Mensen die bezig zijn zichzelf te verrijken en hun status te vergroten zijn toenemend minder geïnteresseerd en geneigd iets voor het gemeenschappelijk belang en het milieu te betekenen, laat staan te doen. Eerder verliezen zij zich in activiteiten die de druk op onze leefomgeving nog vergroten.
Beelden zeggen meer dan woorden
Wanneer mensen gevraagd worden welk beeld zij voor zich zien wanneer zij denken aan mensen die niet voldoen aan de rationeel economische mens, komen drie universele beelden naar voren. De mens als gemeenschapsdier, de zaaiende mens en de mens als acrobaat.

Het beeld van gemeenschap herinnert ons aan onze wederzijdse afhankelijkheid. De zaaiende en oogstend mens plaatst ons in het levende web dat de aarde is. Het beeld van de acrobaat maakt duidelijk hoe vaardig dat we zijn tot welke prestatie wij in staat zijn door samen te werken.

Inhoud:

Inleiding en samenvatting Doughnut Economics
1. Verander het doel van economie
2. Kijk naar het volledige plaatje
3. Koester de menselijke aard
4. Doorgrond systemen
5. Hoe verdeel je welvaart?
6. Maak alleen wat je kunt hergebruiken
7. Agnostisch over groei
8. Donut economie kan de mens en de aarde redden