cel

  • Afdrukken

prokariotische cellen

De eerste levensvormen(organismen) op aarde onstonden drie tot vier miljard jaar geleden. Het waren vermoedelijk prokaryoten(pro=voor, karyon=pit of kern). Te weten eencellige levensvormen zonder celkern, zonder membraangebonden organellen en zonder mitochondriën.
Deze prokaryoten zijn onder te verdelen in bacteriën en archaea.
Beide groepen organismen bestaan vandaag de dag nog steeds en zijn extreem succesvol.
Archaea kunnen overleven onder extreme omstandigheden, zoals in heetwaterbronnen(100 C), zoutmeren, zeer zure of basische omgevingen, hoge druk (diepzee) en in koelwaterleidingen van kerncentrales. Ze hebben membranen en enzymen die stabiel blijven onder extreme omstandigheden.
Bacteriën en archaea voeren alle noodzakelijke levensprocessen zoals groei, stofwisseling, energie produceren, voortplanting en celdeling uit.
Bacteriën en archaea lijken uiterlijk op elkaar, maar verschillen in membraan, celwand, genetica, eiwitten, metabolisme en evolutie — archaea lijken biochemisch zelfs meer op eukaryoten dan op bacteriën.
De prokaryotische cel wordt omgeven door een plasmamembraan. Bij veel soorten bevindt zich daarbuiten een stevige celwand. Sommige bacteriën bezitten bovendien een extra beschermende laag, de capsule of slijmlaag geheten.
Behalve vorm en stevigheid, scheidt het plasmamembraan de celinhoud van de omgeving en regelt welke stoffen de cel kunnen binnenkomen of verlaten.
De celinhoud bestaat uit het cytoplasma. Het cytoplasma bestaat uit cytosol nucleoïde genoemd.
Prokaryoten hebben doorgaans een diameter van ongeveer 0,5 tot 2,0 micrometer (µm).
Veel prokaryoten bezitten daarnaast kleine, extra DNA-ringen die plasmiden worden genoemd. Deze bevatten vaak genen die voordelen bieden, zoals resistentie tegen antibiotica.
Aan de buitenzijde van de cel kunnen zich flagellen en pili bevinden. Flagellen dienen voor de voortbeweging van de cel, terwijl pili een rol spelen bij de hechting aan oppervlakken en bij de uitwisseling van genetisch materiaal tussen cellen.
Eukaryoten of eencellige organismen met een celkern zijn vermoedelijk ontstaan uit een archaea‑achtige voorouder (Asgard‑archea) die een bacterie insloot.