filosofie

Empirisme

Empirisme is een filosofische stroming waarin gesteld wordt dat kennis uit de ervaring voortkomt. Het empirisme wordt traditioneel beschouwd als een filosofie die tegengesteld is aan het rationalisme, dat de rede en het denken aanwijst als voornaamste kennisbron. br /> Volgens het empirisme bezit de mens geen enkele vorm van aangeboren kennis en moet zijn geest opgevat worden als een onbeschreven blad (tabula rasa).

John Locke

John Locke(1632-1704) John Locke was een Engelse filosoof die een van de grondleggers was van de "verlichting". Hij is bekend geworden als de filosoof van de tolerantie, het liberalisme en empirisme. Locke heeft ook bijgedragen aan onze huidige opvattingen over onderwijs en opvoeding.

Tolerantie

Het is geen wonder dat John Locke tolerantie en met name religieuze tolerantie probeerde te omschrijven. Tolerantie of de ander verdragen in zijn anders zijn, is een wezenlijk bindmiddel van elke samenleving. Intolerantie ontwricht maar al te vaak een samenleving. Het spreekt vanzelf dat filosofie, onderzoekt wat tolerantie nu precies is. Want wie wil er nu niet een samenhangende verdraagzame maatschappij wonen.
tolerance
In het diepst van hun hart willen mensen geaccepteerd worden met al hun merkwaardigheden. Hun angst is, door de wereld, de anderen verstoten te worden. Voordat er op de denkbeelden van Locke over tolerantie wordt ingegaan, eerst enkele bespiegelingen over tolerantie.

Hoe kun je tolerantie omschrijven?
Tolerantie is te omschrijven als het bewust actief verdragen van de ander in zijn anders zijn.
In de christelijke bijbel wordt tolerantie, explicieter geformuleerd als een gebod voor elk mens:
"Heb uw god, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze."
Wanneer wij het begrip god zien als een metafoor van het zelf of het ik: "Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten", zei de dichter Willem Kloos, Zou je dit kunnen zien als een gebruiksaanwijzing voor verdraagzaamheid
Er komt dus nogal wat bij kijken bij het verdragen van de ander. Sluit met al je kracht en verstand, de ander (andersdenkende, anders gelovige, andere politieke overtuiging, met zijn afwijkende gedrag) in je hart. Je dient actief te zijn en je in te spannen de andersdenkende en zich anders gedragende, te begrijpen of te leren kennen in zijn anders zijn en daar bovenop een relatie met hem aan te gaan. Daar het een richtlijn voor iedereen is mag je van diezelfde ander wederkerigheid verwachten. De ander dient na te streven jou te leren kennen in je anders zijn etc..
Het doel is hierbij niet dat we elkaars gewoonten overnemen. Bijvoorbeeld dat een communist zich bekeerd tot het neoliberalisme of dat een atheïst zich gaat bekeren tot een religie maar dat er een cohesie wordt gevormd in het anderszijn gemeenschappelijk samenleven.
John Locke stelt dat iedereen bij de geboorte vrij van geloof of politieke overtuiging is en dat individuen met elkaar een sociaal contract dienen aan te gaan hoe zij zich tot elkaar verhouden, aan welke wetten zij zich dienen te onderwerpen en aan welke door hen aangestelde bestuurder, zij welke uitvoerende macht toekennen.
Locke had het in zijn tijd vooral over religieuze tolerantie. Daar wordt in dit artikel op teruggekomen.

Tolerantie is een activiteit
Tolereren van de ander doe je door vanuit je eigenheid naast hem of haar te gaan staan en passief en actief te bevorderen, dat de ander in veiligheid, welzijn en waardigheid zijn eigenheid behoudt, voor zover en zolang het zijn wens is.
Tolereren vergt ook dat je jezelf tolereert door je eigenheid kenbaar maakt aan de ander en anderen en er ruimte en erkenning voor opeist. binnen je mogelijkheden. Daartoe zijn er allerlei middelen te gebruiken, je verenigen in gedeeld belang bijvoorbeeld.
Van de ander, mag wederkerig hetzelfde verwacht worden.
Tolerantie begint bij jezelf maar betekent weinig wanneer je iemand intolerant laat zijn naar anderen of naar jou. Tolerantie betekent weinig Wanneer je de slachtoffers van intolerantie niet de helpende hand toesteekt en hen tegelijkertijd wijst op hun verantwoordelijkheid zich niet te laten pesten of piepelen laat staan vervolgen.

Je raakt niet uitgeleerd over tolerantie
Tolerantie is een vaardigheid die vereist dat je je evenbeeld kunt waarnemen door te ontmoeten, in gesprek te gaan. er naast te gaan staan. te luisteren om te verkennen en niet om te oordelen, jezelf te trainen in empathie en nog een heleboel meer, zoals de ander stimuleren tot wederkerigheid zonder dwang maar wel met belang.

Wat beperkt tolerantie?
Alhoewel religies naastenliefde hoog in het vaandel hebben staan, zijn er tegenstrijdigheden in hun geboden voor verdraagzaamheid. De historie leert ons dat religieuzen keer op keer andere religies of niet religieuzen vervolgden. En dat ondanks dat in de bijbel staat dat mensen zich geen zorgen hoeven te maken over verstoting; immers:
"god schiep de mens naar zijn evenbeeld".
De boodschap is ook hier: de ander is, in zijn anders zijn gelijkwaardig aan mij. Echter iets verderop in de bijbel, worden de eerste mensen door een van de engelen van hun evenbeeld god uit het paradijs verjaagd, omdat zij zich niet konden houden aan gods gebod( lees ons of mijn gebod).
Hieruit volgt dat er voor tot zich elkaar verhouden, meer nodig is dan geboden. De ander dient voor zover je je grenzen ten opzichte van hem aangeeft ook kennis te krijgen van het hoe, doel, waarde en consequentie van overtreding. Althans wanneer je een gebod uitvaardigt is het naïef te veronderstellen dat het gebod op zich voldoende zal zijn.
Ondanks dat wij allen elkaars evenbeeld zijn, hebben mensen grote moeite dat anderen, er andere gewoonten, overtuigingen en meningen op na houden. Sterker nog; staan mensen toe dat hun broer, zus, zoon of dochter, een totaal andere weg inslaan als zij voor hem of haar voorzagen?
Mensen zijn gewoontedieren Het verleden en heden leert dat mensen geneigd zijn een grote achterdocht te koesteren naar iedereen en alle gedragingen die afwijken van wat te doen gebruikelijk is. Ik herinner me nog de missionarissen die wij christenen naar verre landen stuurden om de "heidenen" aldaar het "ware" geloof te brengen. De mensen daar werden "wilden" genoemd en liepen ajakkes halfnaakt of zelfs helemaal naakt rond.
En tja heidenen en wilden die mogen niet in "onze hemel", en moeten daarom bekeerd worden en worden zoals wij.
Onze hemel, ons huis, ons gezin, onze buurt ons dorp onze stad en ons land. Mensen zijn geneigd bezitterig te zijn en de ander mag niet aan ons bezit komen. De ander vormt een potentiële bedreiging voor ons, ons bezit. Dat is niet te verdragen.
Hoe mooi het metafoor evenbeeld van god ook is; mensen zien niet hun evenbeeld in de ander wanneer hij er anders uitziet iets verder weg woont, een andere taal spreekt, of zich iets afwijkend gedraagt.
Het niet verdragen, het niet tolereren van anderen, die niet in het plaatje passen, zit in alle haarvaten van de samenleving. Wanneer je je als kind op school andere kleding draagt dan de rest, word je gepest. Nu glimlachen wij er om maar toen jongemannen eind jaren zestig van de vorige eeuw hun haren lieten groeien, werden zij beschimpt als "langharig werkschuw tuig." Tegenwoordig is het dragen van een hoofddoek reden tot de beschimping: "kopvod". Echter ook de draagster van een minirok, wordt met een "gesist" "slet": betiteld. Twee mannen die elkaar op straat kussen worden "flikkers" genoemd en als ze pech hebben in elkaar geramd; "potenrammen".

Een van de minder in het oog springende facetten van intolerantie maar daarom niet te onderschatten kant, is onverschilligheid. De andere kwetsbare gedesillusioneerde, niet genoemde andere die door welke oorzaak dan ook, leeft in armoede, schulden, ontheemdheid, dakloosheid, psychiatrie, verslaving criminaliteit en werkloosheid en hierdoor gebrandmerkt, wordt in de vergeetput gegooid gemarginaliseerd, buitengesloten en onzichtbaar gemaakt door de onverschilligheid van het wegkijken.

Intolerantie en het daaruit voortvloeiende gedrag, zoals beledigen, pesten, mishandelen, verjagen, indoctrinatie en onverschilligheid berust volgens Locke ook op verkeerd aangeleerde kennis en vaardigheden en opvoedingspraktijken waar het aanpraten van angst voor het onbekende en vooral het niet zelf leren experimenteren, ervaren en nadenken.

Waaruit blijkt intolerantie
Eigenlijk is de oerangst voor andersdenkenden of mensen die zich anders gedragen nooit weggeweest. Ook de bijbehorende rituelen zoals, het jezelf opsluiten in een vesting -tegenwoordig bubbel- en de schandpaal, het opsluiten, en het uitdrijven/-moorden van vreemde geesten(lees andersdenkenden), zijn nooit weggeweest. We zien de berichtgeving van media, herinneren ons de vernietigingskampen van de nazis, de genocide in Rwanda, het bloedige conflict tussen bevolkingsgroepen in het voormalige Joegoslavië en meest recent hoe islamitische Staat andersdenkenden en gelovigen van hun thuis hebben verdreven, gekruisigd, gemarteld en onthoofd.
Onverdraagzaamheid uitmondend in angst voor het andere leidt tot beangstigende verdedigingmechanismen.
Politici bevorderen intolerantie door niet de hele bevolking in te sluiten maar door zich "uitsluitend" te richten tot de voor hen qua stemmer interessante "gewone" man vrouw, Men stelt het gemiddelde als ideaalbeeld. Iemand die werkt, en een gemiddeld huisje boompje beestje bestaan leidt. Kortom iemand met een gemiddeld inkomen. Dit bevordert ook als is het mogelijk onbewust of ongewild de uitsluiting van degenen die buiten deze statistische normale verdeling vallen en dat zijn helaas degenen die niet kunnen aansluiten bij het tempo van de "gemiddelde".

Wat bewoog John Locke om over tolerantie te schrijven

Om beter te begrijpen waarom John Locke van tolerantie een van zijn filosofische thema's van gemaakt heeft, is het goed een beeld te schetsen van het 17e eeuwse Engeland waarin hij leefde.
John Locke groeide op als de zoon van diep gelovige gereformeerde "puriteinse" ouders. Zijn vader, een politiek bewuste advocaat, vocht tijdens de Engelse burgeroorlog mee aan de kant van het parlement. Hij was een volgeling van de puritein "John Pym".
De slag bij Marston Moor, 2 July 1644 Locke werd opgeleid tot filosoof en arts, waarschijnlijk heeft het beroep arts ertoe geleid dat zijn manier van filosofie bedrijven vooral zeer pragmatisch was en in mindere mate ideologisch.

De puriteinen bonden binnen de anglicaanse kerk de succesvol strijd aan met de het meer gematigde deel van de protestanten . De puriteinen die wij tegenwoordig als fundamentalisten zouden bestempelen, waren ook politiek succesvol door binnen korte tijd het Engelse parlement te domineren.

De Anglicaanse puriteinen waren ultra religieus. Vooral naar katholieken waren puriteinen intolerant. Zij ontzegden katholieke landeigenaren, het recht, land te bezitten. Veel katholieke landeigenaren werd gedwongen huis en haard te verlaten.

Zij geloofden en eisten dat iedereen volgens de Bijbel zou moeten leven.
In de periode en plaatsen waar de puriteinen het voor het zeggen kregen werden herbergen en theaters gesloten. Allerlei vermaak werd verboden kinderen die op zondag toch speelden werden afgeranseld met de zweep. Vloeken werd bestraft met boetes. Vrouwen, die ondanks verbod op zondag, toch licht huishoudelijk werk deden of betrapt werden op buiten wandelen, werden met de voeten in een schandblok gezet. Degenen die voor een tweede keer in de fout gingen kwamen in gevangenissen terecht.

Karel een despoot, zoals alle vorsten in die tijd, meende dat zijn recht om alleen te heersen en te onderdrukken, berustte op een goddelijk recht. Hij hief belastingen waar veel puriteinen in het parlement het niet mee eens waren. De puriteinen verdachten hem ook van sympathie voor het katholicisme omdat hij de anglicaanse kerk wilde verzoenen met katholieke kerk. De leden van het parlement eisten koning Karel I dat hij zich zou onderwerpen aan de wil van het parlement. Tegelijkertijd had men er weinig vertrouwen in dat Karel dit ooit zou doen. Uiteindelijk liep het voor koning Karel I fataal af (zie: Engelse burgeroorlog)

Vanwege deze politieke deels religieuze twisten, heeft John Locke zich genoodzaakt gezien van 1683 tot 1688 naar Nederland te verhuizen. Nederland of de Republiek der Zeven Provinciën was in die periode een vrijplaats voor mensen die uit hun eigen land verdreven waren vanwege godsdienst of politiek.

Onafhankelijk denker

Wanneer je als onafhankelijke geest, opgroeit in een verstikkende tijd, waarin mensen vanwege persoonlijke, religieuze en politieke overtuigingen, elkaar niet verdragen en het leven onmogelijk maken, is het geen wonder dat je gaat nadenken over hoe het beter zou kunnen. Locke toonde zich in al zijn werken een voorstander van vrijheid van denken, vrijheid van religie, niet beperkt door een overheid of religie.
Kennis had volgens hem geen religieuze basis maar kwam voort door zintuiglijke ervaringen door redeneren met elkaar in verband te brengen. Religie en vorsten hadden niet het alleenrecht op de waarheid en kennis. Alle burgers samen dienden dan volgens hem een bestuur te vormen en te kiezen naar een gezamenlijk gedeeld inzicht.
Toch diende ook hij rekening te houden met de toen bestaande maatschappelijke structuur in Engeland waar adel een factor was waar je niet omheen kon. In Lockes "Essay Concerning Human Understanding" uit 1689 richt hij zich in de aanhef vol vleierijen tot graaf van Pembroke

Mijn Heer,
Deze verhandeling die is ontstaan onder het oog van uw grootheid en zich in de wereld heeft gewaagd door uw bevel, komt nu door een natuurlijk soort recht tot uw heer, voor die bescherming die u enkele jaren geleden hebt beloofd Het is niet dat ik denk dat enige naam - hoe groot ook -, genoemd bij het begin van een boek, in staat zal zijn om de fouten die er in zitten te bedekken. Dingen in gedrukte vorm staan of vallen door hun eigen kracht in de smaak van de lezer. etc. etc.

in zijn “Letter Concerning to Toleration” zegt John Locke(1689) dat hij vindt dat tolerantie het belangrijkste kenmerk dient te zijn van het christendom. Hij ziet orthodoxie, ofwel degenen die menen het ware geloof te kennen en te moeten opleggen, als een streven naar overheersing en een onwenselijk streven de ander je wil op te leggen.
In zijn “Letter concerning to Toleration” probeert hij een denkbeeldige lezer ervan te overtuigen dat de regering door het volk gekozen dient te worden en uitsluitend belangen dient te beschermen die gerelateerd zijn aan vrijheid, samenleven en welzijn. Volgens Locke zijn alle mensen gelijk en onbeschreven geboren. onbeschreven wastafelHij introduceert in dat verband de term "tabula rasa". Een erfelijk leiderschap zoals een koning past niet in de denkbeelden van Locke. Locke vindt echter wel dat verworven rijkdom wel overerfbaar is.
De religie dient zich te beperken tot levensvragen zoals vervulling. Locke vindt dat religieuzen van een bepaalde godsdienst, andere religieuzen op geen enkele manier mogen dwingen tot bekering maar hooguit kunnen overreden en overtuigen.
De filosofie van John Locke moet geschaard worden onder het liberalisme dat ook in het Nederland van de Gouden Eeuw een grote vlucht nam. Het kwam voort uit het soort Protestantisme dat ruimdenkendheid en verdraagzaamheid na streefde. Dit streven naar tolerantie, kwam vooral voort uit de belangen van de zich ontwikkelende handel en industrie van die tijd. Men voelde zich in dit vooruitgangsstreven afgeremd door monarchie en aristocratie. Men vond dat je als samenleving zelf je bestuur mocht regelen en dat bestuur niet gebonden diende te zijn aan een goddelijke voorzienigheid. Het liberalisme in die tijd stuitte op relatief weinig weerstand waardoor het optimisme steeds groter werd over het definitief afrekenen met de macht van de monarchen en de kerken. In die zin was het liberalisme een streven naar zelfbeschikking, democratie en bescherming van door arbeid verworven eigendomsrechten.

kenmerken van het liberalisme
Het liberalisme kenmerkte zich door een streven naar individualisme. Dit individualisme was een verzet van protestanten tegen allerlei voorschriften die door kerkelijke concilies werden opgelegd. De protestanten meenden dat het aan het individu is te bepalen hoe het zich gebonden voelt aan religie Het liberalisme was ook een reactie op de middeleeuwen. In de middeleeuwen werd het maatschappelijk leven bepaald door vele regels die door de kerk in toenemende mate waren opgelegd. Een voorbeeld is het huwelijk, dat volgens kerkelijke concilies niet ontbonden mocht worden. Alleen een huwelijk dat ingezegend was door een priester was geldig.
Een ander kenmerk van het liberalisme is het belang dat wordt gehecht aan betrouwbare regels gebaseerd op onafhankelijke individuele vrijheid van denken en op natuurwetenschappelijke onderzoek en ervaring.

Het recht op individuele vrijheid, de keuze om te leven zoals jij wilt en de kans om geluk na te streven werd veel later in 1787 in de grondwet van de VS vastgelegd en als logisch gevolg werd de slavernij afgeschaft. Niet alleen werd individuele vrijheid belangrijk geacht maar ook werd in deze grondwet vastgelegd dat het een plicht is elke regering omver te werpen die aan deze individuele vrijheden tornt. Uiteraard kan alleen het volk een regering installeren en binden aan voorschriften van een constitutie.

De kennistheorie van John Locke:
Locke stelt dat onze kennis ontstaat uit waarneming van de wereld om ons heen. Dit verklaren van kennis wordt empirisme genoemd. Volgens Locke bestaat de wereld uit primaire eigenschappen en secundaire eigenschappen.

Primaire eigenschappen:
De primaire eigenschappen bestaan onafhankelijk van onze waarneming. Locke noemt compactheid, grootte, vorm, beweging en getal.

Secundaire eigenschappen:
Secundaire eigenschappen zijn volgens Locke kleur, geluid, geur smaak en textuur. Er zijn geen geluiden, geuren, smaken of textuur zonder waarnemer.

Redeneren of Waarnemen:
Locke was sterk beïnvloed door Descartes. Descartes kan gezien worden als een filosoof die stelt dat kennis tot stand komt door redeneren. Dat komt naar voren in zijn beroemde stelling ”Ik denk, dus ik ben”. Hoewel Locke stelt dat kennis tot stand komt door waarneming heeft hij toch het redeneren een plaats gegeven in zijn kennistheorie door te stellen dat door redeneren de waarnemingen een naam krijgen, een plaats en een relatie tot elkaar. Redeneren vertaalt waarnemingen naar kennis.

De invloed van het empirisme
Het empirisme is van grote invloed geweest op het leven en denken geweest van mensen in Europa en Amerika. Naast de goddelijke voorzienigheid en predestinatie is er ook ruimte gekomen voor de veronderstelling dat je niet persé voor een dubbeltje geboren bent en dat een staatshoofd gekozen dient te worden en niet de troon troon moet dient te erven. De American dream van krantenjongen tot miljonair is ook in het denken van mensen geslopen.
Tegelijkertijd zijn er nog steeds hele volksstammen die geloven dat er zoiets bestaat als predestinatie, aanleg en talent. In de psychologie wordt de 'nature nurture' discussie nog volop gevoerd. Cultuur en folklore. We blijven het zo doen omdat wij het altijd zo deden en omdat de tien geboden door god persoonlijk aan Moses zijn gegeven.

Intolerantie en het daaruit voortvloeiende gedrag van

Condities voor tolerantie

Het pleidooi van John Locke voor verdraagzaamheid heeft hem doen nadenken over hoe te komen tot verdraagzaamheid. Onder welke condities kunnen mensen die geneigd zijn tot achterdocht naar elkaar of mensen die geneigd zijn andere mensen te overheersen komen tot een verdraagzame levensstijl naar anderen? Onder welke condities kunnen mensen die gebukt gaan onder onverdraagzaamheid en onderdrukking, komen tot een leven waar anderen hen verdragen in hun anders zijn? Locke vindt hier een grote rol weggelegd voor de opvoeding en het onderwijs aan kinderen. Hij constateerde in zijn boek "Thoughts concerning education, 1693, dat kinderen door hun onderwijzers en opvoeders onterecht geleerd wordt voorzichtig, achterdochtig en angstig te zijn naar mensen die zich anders gedragen dan zij gewend zijn. De ander wordt door opvoeders en onderwijzers maar al te vaak voorgesteld als een potentieel gevaar. In de tijd van Locke werden kinderen bang gemaakt voor heksen tovenaars en kwade geesten ofwel het bovennatuurlijk. Bijgeloof leidde daardoor in het volwassen leven te vaak tot ook irreële angsten naar anderen.
De opvoeder en onderwijzer moeten in Lockes ideaalbeeld geen bijgeloof onderwijzen maar kinderen leren af te gaan op hun eigen ervaringen in het dagelijkse leven. Natuurlijk horen kinderen op de hoogte te zijn van vooroordelen en hoe vooroordelen werken. Natuurlijk heeft een volwassene negatieve en positieve ervaringen in zijn leven gehad. Dat hoeft echter niet zonder meer te betekenen dat de angst die zij daardoor voor anderen hebben opgebouwd ook waar is voor hun kinderen. Kinderen moeten leren kritisch te denken en te leren twijfelen over de waarden van hun ouders en eigenlijk over alle waarden. Kinderen dienen vaardigheden te leren die hen weerbaar maken, niet alleen weerbaar in de reactieve zin maar actief in de zin van initiatief.
Tijdens de opvoeding moeten initiatief en de belangstelling die kinderen koesteren voor de wereld om hen heen, door ouders en docenten, gekoesterd worden in een veilige liefdevolle omgeving, waar aanrakingen in de zin van knuffelen moeten prevaleren en lijfstraffen uitgesloten. Daarnaast moeten kinderen leren hoe zij zich in de wereld kunnen handhaven door hen vooral praktische vaardigheden te leren.
Locke noemt: wetenschappelijk handelen en denken, ethiek, handelskennis. Locke noemt ook een kind leren zijn angst en twijfel te overwinnen en rust te vinden in wat hij doet en in de ontmoetingen met anderen.
In lockes veronderstelling dat kinderen geworden met een "tabula rasa" verwoordt hij de gedachte dat er geen aangeboren kennis bestaat Laat staan dat mensen bij hun geboorte begiftigd zijn met een goddelijk weten en een erfelijk recht de ander te overheersen.
Mensen dienen vooral over zichzelf te heersen. Voor zover ze toestaan dat een ander in hun naam beslissingen neemt, mogen en moeten zij de ander ook dit recht ontnemen, wanneer deze in zijn bestuur te andere belangen dient dan de hunne.
Hiermee legde hij ook het fundament voor zijn kennistheorie of het empirisme. Hij droeg hierdoor bij aan het liberalisme en het individualisme.

Gesteld kan worden dat de gedachten van Locke over tolerantie, uiteindelijk het fundament werden voor zijn kennistheorie, zijn theorie over het opvoeden en onderwijzen van kinderen en het fundament voor zijn gedachten over het liberalisme en zijn politieke filosofie.

Hoe nu verder met tolerantie?

Zal de wereld met onderwijs, empirisme, liberalisme en door ons allen aangestelde bestuurders toleranter worden? Er zijn gekozen regeringen die pluriforme politieke stromingen tolereren en er bestaat scheiding van uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht. In het onderwijs worden door middel van kringgesprekken en speciale lesmethodes gepoogd aan kinderen te leren hoe elkaar te verdragen en in je waarde te laten.
Tolerantie in onze samenleving bestaat. Tegelijkertijd bestaat ook nog steeds de intolerantie in allerlei gebieden en lagen van de samenleving. Op scholen en in de werkkring wordt nog steeds gepest.
De meest voorzichtige conclusie is dat de samenleving meer is opgeschoven op het continuüm intolerantie, tolerantie. Er is echter nog veel ruimte voor verbetering.


Video over John Locke. Duur ongeveer 12 minuten. Klik op het play-symbool

Literatuur
Coster, B., John Locke: Denk als een rebel. Filosofie Magazine. Nr.1/2018.
Locke, J., An essay concerning human understanding. Toronto. Dover publications. (1959)
Locke, J., “Letter Concerning to Toleration”. HuddersField, J Brooks (1796)
Russel, Bertrand. Geschiedenis der Westerse filosofie. Servire B.V., Katwijk aan zee. (1981)

Afbeeldingen:
John Locke, 1697, door: Godfrey Kneller (1646–1723), olie op canvas, 76 × 64 cm, huidige locatie:Hermitage Museum, St. Petersburg
The Laughing Cavalier, Frans Hals 1624, Wallace collection, Manchester.
spotprent: vrouwen in het schandblok: https://www.slideshare.net/jburrows92/oliver-cromwells-england-slideshare
dward Bower, After fl1635 - 1667 Description Portret van koning Karel I van Engeland tijdens zijn proces in januari 1649, door Edward Bower, olie op canvas, 115.6 × 87.4 cm
De slag bij Marston Moor, 2 July 1644, schilderij van John Barker.
Oliver Cromwell 1656 door Samuel Cooper 1608-1672. https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/2/24/Oliver_Cromwell_by_Samuel_Cooper.jpg

Politeia

Politeia
Politeia in het Nederlands vertaald als de Staat of republiek, is een boek van de Griekse filosoof Plato. Plato zocht naar een manier om mensen tot een vervuld leven te laten komen. Hij brak zich daarom het hoofd over begrippen zoals rechtvaardigheid, goedheid, vriendelijkheid, liefde en schoonheid. Hij vond dat je deze begrippen beter kunt bestuderen en tot hun recht kunt laten komen door de samenleving te bestuderen en te hervormen.

Plato werd geboren in de stadstaat Athene, Griekenland, in die tijd een democratische samenleving.Hij was teleurgesteld in de democratie omdat hij daar demagogie, populisme, mooipraterij, onbehoorlijk bestuur, corruptie, en baantjesjagers waarnam. Hij was getraumatiseerd omdat zijn vriend en leermeester Socrates die hij zag als de zachtaardigste aller mensen door de democratische bestuurders ter dood werd gebracht omdat hij een slechte invloed op de jonge mensen van Athene zou hebben en hun geloof in de goden ondermijnde.
Plato wild niet alleen meer helderheid verkrijgen over filosofische vraagstukken zoals rechtvaardigheid maar hij wilde ook een betere samenleving scheppen als de Atheense democratie.

Plato beschrijft in Politeia een utopische samenleving, de daarbij behorende constitutie en geloof in een hogere macht. Een samenleving die Rechtvaardigheid mogelijk zou maken.

Een nadere bestudering van Politeia leert ons dat Politeia, in Plato's ogen, een samenleving is waar iedereen eenvoudig leeft .
Een samenleving zoals Plato die in Polteia schetst kent drie soorten individuen: Burgers: mensen met een beroep die het mogelijk maakt dat de samenleving functioneert en niets te kort komt. Het tweede soort individu zal soldaat zijn. Soldaten die als taak hebben de samenleving te beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Het derde soort individu dient volgens Plato de bestuurder te zijn.
Elk individu, burger, soldaat of bestuurder zal dat gedurende zijn hele leven zijn.

Het enige criterium dat voor een bestuurder belangrijk is, is dat hij hiervoor geschikt moet zijn. De toekomstige bestuurders van deze samenleving zullen voor deze taak een lange (tientallen jaren) opleiding met zware examens dienen te volgen. Erfelijkheid of vriendjespolitiek spelen geen rol bij de uiteindelijke keuze voor een bestuurder. Bestuurders moeten deze positie niet ambiëren om aanzien, geld of invloed maar uitsluitend met de ambitie een adequaat dienend bestuurder te zijn.

De verwekking van kinderen dient volgens Plato alleen te gebeuren door gezonde mannen en vrouwen van een bepaalde leeftijd, die door de staat(bestuurders) aan elkaar gekoppeld worden. Bij de geboorte worden baby's op hun gezondheid beoordeeld. Alleen de gezonde baby's blijven leven.
De baby's die buiten deze geschikte leeftijdsrange van mannen en vrouwen vallen worden geaborteerd of bij de geboorte gedood.
Plato beschrijft in Politeia ook dieetregels die voor kinderen en alle volwassen zouden moeten gelden.
Plato's doel was zo gezond mogelijke mensen geboren te laten worden.

De kinderen worden in Politeia niet door hun biologische ouders opgevoed maar worden gehuisvest in scholen.
Meisje en jongens dienden samen onderwezen te worden en dezelfde lichamelijke oefening en militaire training te krijgen. Meisjes dienden ook dezelfde schifting te ondergaan als jongens en indien bekwaam zouden ook zij bestuurder, soldaat of kunnen worden.

Plato wilde de mensen in zijn samenleving zo puur, vriendelijk en eerlijk mogelijk te laten zijn, door hun af te schermen van allerlei invloeden die hen zouden kunnen bederven. In de staat mochten daarom geen toneelspelers toegelaten worden omdat toneelspelers ook slechte karakters uitbeelden.
Ook de verhalen van Homerus en en Hesiodes mochten in de staat niet gelezen of verteld worden. Homerus toont de goden in al hun glorie maar ook in al hun achterbaksheid en wreedheid. Slechte voorbeelden dus voor de burgers vande staat.

Hoewel Plato waarschijnlijk niet in de Griekse goden geloofde, vond hij dat de mensen in zijn samenleving overtuigd moesten worden van de mythe dat god drie soorten mensen geschapen heeft: bestuurders, soldaten en burgers.

Het begrip rechtvaardigheid vormt de leidraad van Politeia. Binnen het kader van deze rechtvaardigheid dient iedereen de taak te doen waarvoor hij of zij het meeste aanleg heeft. In het uitoefening van je taak dien je anderen niet te hinderen.

Een samenleving die sober en matig is
Een gematigd sober leven leiden is volgens Plato de sleutel tot een gezond en vervuld leven. Met gematigdheid bedoelt hij dat je als mens moet zoeken naar waar je krachten en belangstelling. Hij bedoelt hiermee je sociale vermogens en interesses. Je vermogen om na te denken en kennis te verwerven en je belangstelling op dat vlak.

De een heeft aanleg boer te zijn, de ander aanleg om verpleegkundige te zijn etc. Harmonische muziek hoort bij de opleiding omdat harmonische muziek een evenwicht in klanken en maatvoering inhoudt. Het is voor een individu zaak om zijn talent te ontwikkelen en niet door te schieten in alleen maar vakmatig bezig zijn of alleen maar willen genieten. Een evenwicht zoeken en vinden in samen hebben en zijn wat men en wij eigen is en zijn.
Ook in de samenleving wordt naar evenwicht en maatvoering gezocht. Roddelen hoort niet in een dergelijke samenleving thuis echter ook niet onbedaarlijk lachen. Eigenlijk is elke onmatigheid uiteindelijk slecht voor het individu en slecht voor de samenleving vindt Plato

Overwegingen:
Het is duidelijk dat Plato het goed met mensen voorheeft. Hij wil mensen beschermen tegen onrecht, onderwerping, armoede, ongezondheid, oorlog, onbalans etc. Wie wil dat niet.
Plato realiseert zich dat mensen niet vanzelf tot een vervuld leven zullen komen. Ondanks dat iedereen gezond wil leven, conflicten wil voorkomen en harmonieus wil leven lukt dat niet. Bijvoorbeeld doordat de maatschappij dat moeilijk maakt, het gezin waar je geboren bent, de politieke doctrine waaraan je onderworpen bent. Dat was ten tijde van de oude Grieken zo en nu niet veel anders.

Om tot een vervuld harmonieus vredig leven te komen, zegt Plato niet: "Verbeter de wereld; begin bij jezelf maar schetst een samenleving, waar mensen in harmonie en gezondheid in vrede zullen samenleven. Wie zal zo'n wereld niet wensen? Politeia is niet zomaar een poging een schets van een harmonieuze samenleving te schetsen. Politeia is een doorwrocht werk. Niet alleen doorwrocht maar nog steeds leest Politeia alsof het vandaag is geschreven
Je moet er echter wel het nodige voor over hebben wanneer je Plato's Politeia bestudeert: Censuur bijvoorbeeld en een dogmatisch geloof en "als je voor een dubbeltje geboren bent wordt je nooit een kwartje".
Bij mij roept Plato's Politeia Politeia, de associatie op met de samenlevingen die Huxley en Orwell schetsen in "Brave New World" en "1980". Een wereld die met alle goede bedoelingen het beeld oproept van van een enorm betuttelende samenleving. Burgers, soldaten en bestuurders worden geprogrammeerd hun taken zo zorgvuldig en deskundig mogelijk uit te oefenen zonder elkaar daarbij te mogen hinderen of met elkaar te wedijveren. Alles moet in harmonie.
Allerlei regels en beperkingen moeten dat mogelijk maken. Inmiddels weten wij wel dat regels vaak niet voor niets, "regeltjes" genoemd worden. Hoe meer alles gereguleerd is, hoe meer de individuele kwaliteiten en belangstelling gekooid worden. Uiteindelijk zal ook het kritisch filosoferen daardoor aan banden gelegd worden. Terwijl dat juist Plato's bedoeling nooit is geweest.

Literatuur
Russel, Bertrand. Geschiedenis der Westerse filosofie. Servire B.V., Katwijk aan zee. (1981)
Durant, Will. van Socrates tot Bergson. Salamander, 1968.

websites:
Vertaling van Politeia in PDF © Copyright 2003 - Stichting Ars Floreat – www.arsfloreat.nl - (Plato - Politeia)

Rechtvaardigheid

Rechtvaardigheid
Rechtvaardigheid is een van de kernthema's van Plato's boek Politeia (de Staat).

"Rechtvaardigheid" - zegt Socrates -, "is hebben en zijn wat men eigen is." "Echter rechtvaardigheid kan beter bestudeerd worden in het grotere verband van een samenleving"
Plato schetst vervolgens in Politeia een gedroomde samenleving waar naar zijn idee mensen maximaal tot hun recht kunnen komen.

Het grote Platoonse thema: "Hebben en zijn wat men eigen is", heeft alles te maken met de vraag:
"Wie ben ik en waartoe ben ik op aarde". Je kunt dan denken aan een aantal invalshoeken. Bepalen mijn ouders wie ik ben? Zijn het mijn talenten? Mijn gezondheid, mijn aanpassingsvermogen? Is het de samenleving, politiek dan wel gezien vanuit culturele invalshoeken: denk aan de invloed van personen, het kapitalisme, het geloof en de filosofie?

Het psychologische vraagstuk
Plato benadert zijn algemene uitspraak: "hebben en zijn wat men eigen is via een aantal dialogen.
Tijdens een feestelijkheid raken Socrates, Trasymachos, Glaukoon, Polemarchos, Thrasymachos, Adeimantos en Kephalos, met elkaar in gesprek over een aantal vragen zoals: wat is rechtvaardigheid en wat is goed?
Eerst beschrijft Plato een gesprek tussen hem en Cephalos, de vader van Polemarchus en de nestor van het gezelschap. Samen proberen zij te omschrijven wat rechtvaardigheid is.Samen stellen ze vast dat rechtvaardigheid niet persé betekent dat je de waarheid spreekt en dat je de ander altijd teruggeeft wat je geleend hebt. Jouw waarheid kan verkeerd geïnterpreteerd worden en het teruggeven wat je geleend hebt kan ook in het nadeel werken van de persoon en anderen van wie je geleend hebt.
Trasymachos die bij dit gesprek aanwezig is, wil zijn standpunt aan de anderen duidelijk maken. De stijl waarin hij dat doet, is uitdagend en betweterig.
Hierna ontstaat een twistgesprek tussen Socrates en Thrasymachos. Tijdens deze dialoog werpt Trasymachos het probleem op dat een machtiger iemand als jij zelf voor jou bepaald wat rechtvaardigheid is en zo je in je zijn bepaalt.
Om Plato te begrijpen is goed te beseffen dat Plato zijn filosofie op een beeldende manier beschrijft. De personen die met elkaar debatteren over rechtvaardigheid, zijn niet alleen decor maar maken zelf, door wat zij vertegenwoordigen, deel uit van wat Plato wil verduidelijken.
Kephalos vervult de rol van vader en verwijst aldus naar onze ouders, die bedoeld dan wel onbedoeld ons hun kinderen in hun richting duwen en zo een belangrijk deel van ons leven bepalen maar dat zij in die zin niet altijd rechtvaardig handelen naar ons hun kinderen.
Thrasymachus de sofist vertegenwoordigt weerbarstigheid en gelijkhebberige die wil overheersen en zijn mening opdringen.
Trasymachos stelt dat rechtvaardigheid voor je wordt bepaald door een machthebber. "Was der "Fürst will, das sprach der Richter". Een machthebber die over de hem ondergeschikten of minder machtigen heerst en het recht naar zijn hand zet. De zwakkere zal daarom rechtvaardigheid en dat wat goed is, niet kennen naar eigen inzicht maar naar het inzicht van de sterkere.
Socrates de vriend van de wijsheid onderzoekt de standpunten over rechtvaardigheid en stelt tegenover Trasymachos dat ook de machtige en de sterkere niet onfeilbaar zijn en dus daarom kunnen handelen tegen hun eigen belang en zichzelf zo in hun eigen voet kunnen schieten. Dus in die zin heeft een machtig iemand niet het octrooi op rechtvaardigheid en dat wat goed is.

Socrates erkent hiermee dat je over rechtvaardigheid wel een idee hebt maar dat je daar slechts een gedeeltelijk idee over hebt. Rechtvaardigheid is dus niet zonder meer te definiëren zonder zelf ook dogmatisch te worden, ofschoon je een besef hebt wat rechtvaardigheid is.

Het sociale-culturele, economische vraagstuk
Plato vindt dat rechtvaardigheid beter omschreven kan worden door rechtvaardigheid te bestuderen in een samenleving waarin alle individuen hun hele leven doen waar zij het beste in zijn: zie Politeia

Wanneer wij praten over een begrip als rechtvaardigheid menen wij allemaal te weten waar we het over hebben. Wanneer je iedereen vraagt een omschrijving te geven van rechtvaardigheid dan heeft iedereen zo zijn eigen omschrijving. Een Machtig iemand zal bijvoorbeeld een andere omschrijving hebben van rechtvaardigheid als iemand die zich in een onderworpen positie bevindt. Iemand die opgegroeid in het huidige Westen zal anders over rechtvaardigheid denken dan iemand uit een arm land waar een corrupte tiran aan het bewind is.
Het besef van rechtvaardigheid is voor Plato een even grote waarheid en universele waarheid die voor iedereen geldt als bijvoorbeeld de wet van Pythagoras.
Om iedereen een gelijk begrip van rechtvaardigheid te geven, dient volgens Plato de samenleving aan een aantal voorwaarden te doen. zie Politeia Hoewel Plato een algemene omschrijving heeft gegeven voor rechtvaardigheid: "rechtvaardigheid is hebben en zijn wat men eigen is.", valt uit zijn uitspraken hierover op te maken dat dit begrip zich bevindt in een voortdurende staat van 'geboren worden'. Dit daar de samenleving waarin rechtvaardigheid gebed is aan verandering onderhevig is
Plato vindt dat filosofen, de taak op zich moeten nemen, rechtvaardigheid aan een voortdurend onderzoek te onderwerpen. De filosoof is in die zin een soort boetserende beeldhouwer die tot taak heeft er een steeds voor de mensen betere vorm aan te geven.

Literatuur
Russel, Bertrand. Geschiedenis der Westerse filosofie. Servire B.V., Katwijk aan zee. (1981)
Durant, Will. van Socrates tot Bergson. Salamander, 1968.

websites:
Vertaling van Politeia in PDF © Copyright 2003 - Stichting Ars Floreat – www.arsfloreat.nl - (Plato - Politeia)

Symposium


Symposium
Symposium is een raamvertelling van Plato: Agathon heeft in 416 V.C. een wedstrijd drama-schrijven gewonnen. Om dat te vieren nodigt hij een aantal mannen uit om bij hem thuis het glas te komen heffen.
De mannen, Phaidros, Pausianus, Eryximachus, Aristophanus, Agathon, Alkibiades en Socrates, besluiten samen elk een definitie ten beste te geven over "Eros de god van liefd"e. Nadat iedereen gesproken heeft, wijst een dronken Alkibiadus, Socrates als Winnaar aan.
Alle vormen van liefde die destijds in Athene voorkwamen komen vervolgens in Symposium aan ter sprake. De vriendschap omwille van het "goede"tussen mannen, de lichamelijke liefde tussen mannen, de liefde omwille van het "goede" tussen man en vrouw. De lichamelijke liefde tussen man en vrouw, de liefde tussen een knaap en een man en de liefde tussen vrouwen


De beknopte standpunten over liefde:

Phaidros: De mening van je geliefde over jou, gaat boven alle andere meningen. Een geliefde is bereid zijn leven te geven voor degene waar hij of zij van houdt.
Pausianus: Er is een liefde te onderscheiden die alleen gebaseerd is op lust en begeerte. Volgens Pausianus is dat de liefde tussen man en vrouw.
Er is ook een liefde die hieraan superieur is. Dat is de liefde tussen mannen en knapen. Voorwaarde hierbij is dat er sprake is van een wederzijdse onbaatzuchtigheid, overeenstemming en gelijkwaardigheid.
Arisophanus:Liefde is het in harmonie brengen van elkaars tegenstellingen. Aristophanus beschrijft een aantal vormen van liefde waaronder de hetoro seksuele liefde, de homo seksuele liefde, de lesbische lefde en de pedoseksuele liefde.
Agathon:”Tederheid is in de liefde belangrijk.Agathon verwijst vervolgens naar Homerus Homerus zegt over Ate: ”Godin van het onheil overmoed en ondergang”: “Zacht zijn haar voeten, want over de aarde, nadert zij niet; zij wandelt over de hoofden der mensen.”
Agathon noemt hierna, rechtvaardigheid, matigheid, dapperheid en wijsheid en vrede zoekend als voorwaarde voor liefde.

Socrates: verwijst naar Diotima, een wijze vrouw die hem onderwezen heeft in de kwestie liefde. Socrates geeft daarmee ook de impliciete raadgeving dat je in het verhelderen van abstracte begrippen er goed aan doet een dialoog aan te gaan met iemand die je om zijn inzicht hoogacht.


Diotima verklaart dat Eros of liefde een geest is, die zich beweegt tussen goden en mensen. Diotima zegt hier zoveel is als dat liefde slechts gedeeltelijk waargenomen , begrepen en gekend kan zijn. Je realiseert je dat liefde bestaat. Je kan tot een gedeelde omschrijving komen maar niet tot een exacte omschrijving.
Volgens Diotima stamt liefde af van Poros, de god van "overvloed” en Penia de godin van de "armoede". Penia heeft een dronken Poros, verleid en daarna Eros gebaard op Aphrodite's verjaardagsfeest.

Het verhaal van Penia over Poros, Penia en Eros moet als overdrachtelijk gezien worden. Penia legt dit ook uitgebreid aan Socrates uit.
Penia koestert het verlangen iets voort te brengen wat ook na haar nog zal leven. Liefde kun je beschouwen als een wens iets met een ander voort te brengen. Het scheppen zelf heeft vergelijkbaar met de cyclus van het leven: zwangerschap, geboorte, zwangerschap eeuwigheidswaarde. We kunnen er echter niet zeker van zijn dat het leven net als de wetten van tijd en ruimte absoluut zijn. Het biologisch leven kan immers uitsterven.

Wanneer je het verlangen naar zwangerschap en geboorte samen met een geliefde beschouwt als een beeldspraak, kun je ook de liefde voor het scheppen van van kennis en wijsheid zien, als een zoektocht naar een waarheid die verder reikt dan de huidige kennis en wijsheid.

De verwijzing naar het bewust verleiden van een dronken Poros door Penia duidt er op dat Liefde(Eros) dus tot stand uit een bewuste(penia) en onbewuste handeling(Poros). Het besef van liefde is iets tussen weten met argumenten en weten zonder argumenten in. In letterlijke zin is een vraag zoals: ”leg eens uit waarom je van me houdt?”, een vraag die nooit exact beantwoord kan worden. Echter de persoon die beseft dat hij houdt van de ander weet dit toch zeker.
In overdrachtelijke zin wordt hier verwezen naar mensen die zich bewust zijn van van hun liefde of verlangen naar kennis en wijsheid die verder strekt dan zij tijdens hun leven kunnen waarnemen of verwerven.
Het besef van deze wijsheid kan verhelderd worden door bewuste en onbewuste samenwerking met een ander

Zoals elk kind heeft ook Eros eigenschappen van beide ouders, Poros en Penia. Zij(Penia) is arm en zoekt naar liefde. Hij(Poros) heeft alles in overvloed en zoekt iets of iemand om de overvloed aan liefde te delen.

Volgens Diotima werd Eros(liefde), nadat hij geboren was, tijdens het verjaardagsfeest van Aphrodite's(godin van Schoonheid), Aphrodites volgeling en dienaar en is daarom een liefhebber van schoonheid. Van alle schone dingen is wijsheid het mooiste.
Volgens Diotima is het doel van Eros of liefde 'het eeuwige bezit van wat goed is'. Geliefden zijn volgens Diotima zwanger van wat goed is(lees kennis en wijsheid) en streven naar onsterfelijkheid(Het goede en het schone behoort immers tot de kategorie onsterfelijke waarheid) te bereiken door voortplanting, hetzij intellectueel hetzij lichamelijk(immers wanneer je de biologische cyclus als een onveranderlijke eeuwige waarheid ziet). In de afsluiting van haar uiteenzetting legt Diotima uit dat mensen een ontwikkeling dienen door te maken om te komen tot de ontdekking van de ideale vorm van liefde schoonheid en het goede. Mensen moeten beginnen met de liefde van en voor een bepaalde mooie persoon. De volgende stap is om van dit specifieke geval over te gaan naar schoonheid in het algemeen, en daarna van fysieke naar morele schoonheid.
Het hoogste stadium voor de liefde voor het goede of schoonheid, is het besef dat liefde, het schone en goede niet gebonden zijn aan vorm, kleur, plaats, persoon of tijd. Indien een mens een dergelijk stadium bereikt heeft hij ook het stadium van onsterfelijkheid bereikt.
Waarmee gezegd dat waarheid, het goede, rechtvaardigheid, liefde slechts beseft en verkend kunnen worden en niet in een natuurkundige wet vastgelegd kunnen worden.