5. Hoe verdeel je welvaart?

Een bloeiende economie zorgt niet voor nivelering

Een aantal economen veronderstelt, dat naarmate een economie groeit, er eerst sprake is van een ongelijke verdeling van inkomsten en dat later bij bloei, meer sprake zal zijn van nivellering.
Deze veronderstelling heeft econoom Kuznets weergegeven in de zogenaamde Kuznets curve.

Raworth ontkracht deze theorie door te wijzen op de wereldwijde ongelijke verdeling van welvaart tussen landen en door te verwijzen naar een studie van Piketty, waaruit blijkt dat het inkomen van miljardairs sneller stijgt dan de economie in zijn geheel. Daarnaast is bekend dat ceo's die honderden keren meer verdienen dan hun individuele werknemers, salarisstijgingen kennen van 50% tot 100% terwijl hun werknemers niet alleen al een tiental jaren op de nullijn zitten maar zelfs onder die nullijn gezakt zijn. Verder heeft Kuznets destijds zijn studie verricht in een uitzonderlijke periode na 2 wereldoorlogen en enorme overheidssubsidies in onderwijs en werkgelegenheid.

Noodzaak vermindering ongelijkheid

In landen waar grote inkomensongelijkheid is, is er ook een grote beschadiging van het sociale weefsel van de samenleving. Er zijn meer tienerzwangerschappen, meer psychiatrische ziektes, meer overgewicht, meer alcoholisme en drugsgebruik, meer gevangenen, meer school drop-outs, een lagere opkomst bij verkiezingen en er is een geringere sociale cohesie.

Door ongelijkheid in welvaart wordt de democratie in gevaar gebracht. Dit is nergens zo duidelijk als in de Verenigde Staten waar in 2015, 500 miljardairs woonden. Miljardairs die zich bemoeiden met beïnvloeding van de verkiezingen.
Deze bemoeienis uitte zich niet alleen in financiering van verkiezingscampagnes. Trump-financier Robert Mercer aangestuurd door Trump-adviseur Steve Bannon, kon onder valse voorwendselen aan de Facebook-gebruikersprofielen komen van 50 miljoen Amerikaanse kiezers, zonder dat zij er weet van hadden. Deze gedetailleerde persoonlijkheidsgegevens waren bedoeld om de kiezers te bestoken met gerichte psychologische boodschappen om hun stemgedrag te beïnvloeden.
Hoe meer ongelijke verdeling van welvaart hoe meer onderling wantrouwen er groeit, hoe meer maatschappelijke verbanden eroderen en hoe meer normloosheid er groeit.
Andere studies wijzen uit dat landen waar de ongelijkheid het grootste is ook lijden aan de grootste aantasting van de biodiversiteit.
Ongelijke verdeling van de welvaart remt volgens onderzoekers van het IMF, de groei van de economie. Veel mogelijkheden van de bevolking worden niet benut. Regeringen zijn meer bezig met hervormingen wat een eufemisme is voor bezuinigingen, in zorg, onderwijs, infrastructuur en veiligheid. Docenten, verplegers en agenten zijn meer bezig met niet bezwijken onder de werkdruk en markthandelaren en mensen die een zaakje beginnen zijn meer bezig met overleven dan dat zij hun energie en creativiteit steken in activiteiten die ten goede komen van de hele maatschappij.

Bouw een economie die zorgt voor verdeling

Inkomen, welvaart, macht en tijd dienen anders verdeeld te worden.
Hiervoor is het nodig in systemen te denken.
Vloeibaarheid van kapitaal, arbeid en macht, welvaart is de kracht van een systeem.
Wanneer kapitaal, arbeid, macht, kennis en welvaart niet alleen in handen zijn van weinigen maar van iedereen en voortdurend vloeit van hand naar hand, gaan er geen creativiteit en mogelijkheden verloren.
Wanneer wij bij de natuur te rade gaan zien wij vertakkingen van groot naar klein, waardoor energie en boodschappen heen en weer vloeien en voortdurend een balans bereiken. Daarnaast kenmerken de systemen van de natuur zich door diversiteit. Het oerwoud kenmerkt zich door een grote diversiteit van flora en fauna.
Kijken wij naar de huidige economie dan zien wij vooral een eenvormigheid. In elke stad is wel een Blokker en een Mediamarkt. Wanneer je het aanbod vergelijkt van een aantal schoenenzaken, dan is er weinig diversiteit onderling in modellen. Wanneer we kijken naar de kolossale bankensector, dan realiseren we ons hoe afhankelijk en kwetsbaar wij zijn. Een faillissement van een grote bank zoals ING of SNS, zal meteen de ineenstorting van de gehele economie betekenen.

Herverdeling van inkomen en welvaart

In de vorige eeuw werden onder invloed van het neoliberalisme minimumlonen, werkeloosheidsuitkeringen, progressieve belasting en algemene voorzieningen zoals ziekenfondsen, sociale woningbouw, goedkoop onderwijs etc. afgebouwd.
De slogan van de neoliberalen, was dat mensen niet afhankelijk moesten worden gemaakt maar gestimuleerd worden tot zelfstandigheid en eigen initiatief.
Inmiddels lijkt internationaal de wal het schip te keren. Er wordt weer gepleit voor progressieve belastingen, wat betekent dat de hogere inkomens meer belasting moeten gaan betalen. Dividend moet hoger belast gaan worden. De minimumlonen moeten omhoog en er moeten grenzen komen aan salarissen. Geen CEO meer die 300 keer een gemiddeld salaris verdient maar hooguit 20 keer. Sommige regeringen zoals in India garanderen voor minimaal 100 dagen per jaar werk. In Australië wordt gepleit voor een nationaal basis inkomen.

Ongelijkheid bestrijden dient ook mogelijk te maken dat het eigendom van welvaart gedemocratiseerd wordt.
Het dient te gaan over wie land, geldcreatie, ondernemingen en technologie en kennis controleren.

Wie is eigenaar van het land?

Herverdeling van eigendom van land is historisch gezien - kijk naar het na- oorlogse Japan en Zuid-Korea - een van de meest effectieve manieren om ongelijkheid van welvaart te verminderen.
Het probleem hierbij is dat bezit van land, in tijd gezien, waardevoller wordt.
Land kan waardevolle mineralen en waterbronnen bevatten. Door bevolkingsgroei en bijkomende groei van de hele economie, stijgen de prijzen van de vruchten van het land. Eigenaren van land worden in die zin slapend rijker, wat op den duur weer leidt tot ongelijkheid.
Er is geprobeerd dit te ondervangen door land te gaan belasten en de revenuen daarvan ten goede te laten komen aan de gemeenschap. Landeigenaren profiteren immers van de groeiende economie en de bijkomende prijsstijgingen maar ook van infrastructuur zoals wegen, waterbronnen, scholen, netwerken etc.
Sociaal theoreticus en econoom Henry George, was omstreeks 1890 een van de eersten, die vond dat de overheid van de VS, al het land moest nationaliseren en moest verpachten aan particuliere personen of bedrijven. Bepaalde nutsvoorzieningen, zoals spoorwegen, moesten volgens hem door de overheid bestuurd worden. De enige inkomsten van de overheid moest komen uit de pacht die grondgebruikers moesten betalen. Door het betalen van pacht zou het niet meer rendabel zijn om grote stukken grond ongebruikt te laten liggen. Volgens George werd de armoede in de VS veroorzaakt door schaarste aan grond, waardoor grootgrondbezitters hoge huren konden vragen voor het bewonen of bewerken van grond.
Het is niet altijd zo geweest dat er grootgrondbezitters waren. In de vroege middeleeuwen werd grond gemeenschappelijk beheerd. Later zijn heersers zoals Henry VIII begonnen grond van kloosters te onteigenen en in beheer te geven aan adellijke families, waardoor niet alleen in Engeland maar overal in Europa grootgrondbezitters ontstonden die ook de gemeenschapsgronden van dorpen in bezit namen en de mensen die er al eeuwen woonden en voor zorgden, tot lijfeigenen maakten. Ook vandaag de dag is er een tendens gaande dat grote bedrijven overal grond opkopen op zoek naar winst en waarde. Dit, met de belofte, infrastructuur te verbeteren en de gebruikers van die gronden beter te scholen. Dit heeft echter eerder tot een verslechtering van de opbrengsten van die landerijen geleid dan een verbetering.
Uit onderzoek van van Elinor Ostrom in Zuid India en Zuid Californië, is gebleken dat gemeenschappen die gemeenschapsgronden beheren weliswaar niet volgens de laatste technieken irrigeren maar door een trouw onderhoud van hun irrigatiesystemen, komen tot een eerlijkere verdeling van irrigatiewater en ook tot hogere opbrengst aan rijst.
Ostrom stelt dat een combinatie van beheerssystemen van gemeenschap, staat en markt waarschijnlijk leidt tot de beste verdeling en opbrengst.

Wie schept het geld?

Geld is een gemeenschappelijke afspraak die berust op het vertrouwen, datgene wat geleverd is, terug te betalen.
Commerciële banken zijn in de meeste landen de geldscheppers.
Dat geld wordt gecreëerd door het verstrekken van rentedragende leningen en hypotheken. Met dergelijke leningen worden huizen, land voorraden en aandelen gekocht. Hiermee wordt geen nieuwe welvaart gecreëerd waarmee de rente wordt gefinancierd.
Het grootste deel van de leningen wordt gebruikt om bezit aan te kopen. Er werd gegokt op een waardevermeerdering van het gekochte. Slechts 13% van de leningen ging naar investeringen in bedrijvigheid. Banken werden hiermee de nieuwe grootgrondbezitters die hun leners door hoge rentes tot de nieuwe lijfeigenen maakten waardoor er steeds minder geld in de echte economie vloeide.
Er wordt dan ook steeds meer gepleit de geldscheppende functie uit de handen van de commerciële banken te verplaatsen naar centrale nationale banken.
Commerciële banken moeten in het nieuwe systeem een 100% reserve hebben voor elke lening die zij uitschrijven. Dat betekent dat elke lening aan de een gedekt moet zijn door het spaargeld van de ander.
De centrale banken dienen leningen met lage rentes te verstrekken, die bedoeld zijn, voor de transformatie van de infrastructuur zoals vervoer, wind- en zonneparken en het klimaatneutraal maken van huizen.
Deze aanpak kan de macht van de grote investeerders verminderen.

Sinds de wereldwijde financiële crisis in 2008 uitbrak, koopt de Europese Centrale Bank tot vandaag de dag massaal staatsobligaties van de banken op. Het doel van deze herkapitalisatie (Qualitative Easing genoemd) van banken was dat banken geld zouden gaan pompen in de reële economie. Dit gebeurde echter niet. Het geld werd gebruikt om de balans van de banken op te poetsen en om te beleggen in goederen zoals graan en staal met de bedoeling de prijs op te drijven. Dit kwam uitsluitend ten goede aan de toch al veel te rijke investeerders.

Wat zou er echter hebben kunnen gebeuren wanneer de centrale bank dit geld als meevaller gepompt zou hebben in individuele huishoudens die daarmee niet nog dieper in de schulden zouden zijn geraakt? Ook had de centrale bank het geld kunnen pompen in de infrastructuur van de noodzakelijke grote energie transformatie.

Geld kan een andere gedaante aannemen doordat lokale gemeenschappen allerlei diensten gaan uitwisselen en voor zover er leningen worden gedaan zijn deze rentevrij. Deze uitwisseling van diensten en goederen kan tegenwoordig vastgelegd worden in de blockchaintechnologie.
Bekend is bijvoorbeeld speculatie van kaartjes voor concerten. Een investeerder koopt 100 kaartjes waardoor er schaarste optreedt en concertbezoekers bereid zijn soms het tienvoudige van de werkelijke waarde van een dergelijk kaartje te betalen. Wanneer de kaartjes alleen verkocht en gekocht kunnen worden in een blockchain is het onmogelijk de prijs van een dergelijk kaartje te veranderen.
Een veelbelovende blockchain is die van Ethereum bedoeld voor het stimuleren van micronetwerken van hernieuwbare energie zoals elektriciteit verworven uit zonnepanelen. Elke deelnemer verkoopt of koopt tegen een vastgestelde prijs zijn surplus of te kort aan elektriciteit. Dergelijke netwerken kunnen verdeeld worden over straten buurt en steden. Dit maakt een land als geheel minder kwetsbaar voor stroomuitval.


In 2013, Mombassa, Kenia, werd door een Amerikaanse ontwikkelingswerker Will Ruddick de Banga Pesa geïntroduceerd, door het oprichten van een netwerk voornamelijk vrouwen en mensen met uiteenlopende beroepen zoals bakkers, timmerlui, kleermakers en fruitverkopers, die onderling goederen en diensten ruilen met als betaalmiddel vouchers van de Banga Pesa. Uitbreiding van het netwerk vindt plaats op voorspraak van vier verschillende leden van het netwerk. Dit maakte het voor de leden van het netwerk mogelijk, welvarender te worden en de plaatselijke shilling te sparen voor noodzakelijkheden zoals elektriciteit en het schoolgeld voor de kinderen.
In st Gallen, Zwitserland introduceerde men in 2012 time banking met als doel de zorg voor ouderen te verbeteren. Elke burger van boven de 60 wordt uitgenodigd, zorg te leveren aan ouderen, waaronder boodschappen doen, koken en gezelschap houden. In ruil hiervoor ontvangt men zorgtijd krediet en bouwt zo een zorgtijd pensioen voor zichzelf op.

Wie is de eigenaar van arbeid?

Is het de grootgrondbezitter, de industrieel, de aandeelhouder of de arbeider?
Vergelijken wij grofweg de eerste drie met de arbeider dan kun je vaststellen dat de arbeider de grootste bijdrage levert aan het tot stand komen van de producten. Naar wie gaat echter het grootste deel van de opbrengst?
De meeste arbeiders in de westerse economie zitten al zo'n 30 jaar op de nullijn en zijn zelfs minder gaan verdienen. Tussen 2009 en 2013 steeg de productie per arbeider met 5% zijn loon steeg echter met 0,4%. Daarbij komt dat de vakbonden ontdaan zijn van hun onderhandelingskracht.
Vanaf de 19e eeuw zijn hiervoor alternatieven zoals coöperaties bedacht. Dit coöperatieve streven dient verder uitgebreid door bedrijven op te richten waar alleen de werknemers allen evenredig eigenaar zijn en deelnemen aan de financiering van het bedrijf.

Wie is eigenaar van de robots?

Wat betekenen digitalisering en robotisering voor arbeid en lonen?
Betekent het dat de happy few, Google, Amazon, Uber, Ali Baba, Facebook, Paypal etc die meer dan de helft van de welvaart in handen hebben, nog machtiger en rijker worden en dat alle anderen gedoemd zijn een steeds armer leven te leiden? Hun werk zal immers overgenomen worden door de robotisering. De hartchirurg niet uitgezonderd.
Het is duidelijk dat er een halt toegeroepen moet worden aan deze gulzige happy few. Er moeten dringend oplossingen gevonden worden. Oplossingen die vragen om een wereldwijde aanpak.
Iedereen zou kunnen transformeren tot een prosument: een producent en consument in een. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren door het beschikbaar stellen van energie van de zonnepanelen op je dak en door de aanschaf van 3D printers waarmee je zelf producten uitprint, zonder ze nog te hoeven kopen of bestellen. Geautomatiseerde ondernemingen kunnen dermate hoog belast worden zodat dat daaruit een basis inkomen voor iedereen gefinancierd kan worden. Een alternatief zou een robotdivident kunnen zijn dat gelijkelijk aan iedereen uitgekeerd zal worden.

Wie is eigenaar van de ideeën?

Patenten werden waarschijnlijk het eerst gebruikt in het Venetië van de 15e eeuw. Venetië stond bekend om zijn glas producten. Veel meesters hadden eigen receptuur en werkwijzen om tot de beste kwaliteit glas te komen. Om te voorkomen dat anderen hun gingen kopiëren en verdiensten afsnoepten, werd het verboden Venetiaanse werkwijzen met glas te exporteren.
Inmiddels is de wereld veel te ver doorgeschoten in patenteren. Veel bedrijven zoals Apple patenteren oneigenlijk wetenschappelijke inzichten die gefinancierd zijn uit belastinggeld en die in de universiteiten werden ontwikkeld. Hierdoor wordt het delen van kennis met andere universiteiten en de ontwikkeling van wetenschap afgeremd.
Het is noodzakelijk dit doorgeschoten patenteren aan banden te leggen.
De afgelopen 15 jaar is een nieuwe trend ontstaan die men open source noemt. Dat betekent dat de ontwikkelaar van een nieuwe kennis, die kennis vrij toegankelijk maakt zonder patent. Dat geldt voor zowel ideeën, software als voor technische innovaties. (FOSS Free Open Source Software en FOSH Free Open Source Hardware.
Linux is hier een bekend voorbeeld van. Linux is inmiddels zo superieur aan andere systeemsoftware dat tal van bedrijven en overheden zijn overgegaan op het gebruik van Linux. Ook bekend is Martin Jakubosky die allerlei landbouwmachines, windmolens, 3D printers, ovens en hout zaagmachines ontwerpt en deze ontwerpen vrij beschikbaar stelt.
Deze open source hard- en software, dient om zich verder te kunnen ontwikkelen, steun te krijgen uit de algemene middelen van overheden.
Het is noodzakelijk dat toekomstige studenten geleerd wordt wat sociaal entrepreneur schap inhoudt, hoe je problemen oplost die op je pad komen en hoe je tot goede samenwerking komt. Met deze vaardigheden kan de toekomstige generatie de open source verder ontwikkelen.
Verder is het noodzakelijk dat gemeenschappelijk ontwikkelde kennis, gemeenschappelijke kennis blijft en niet gestolen kan worden en achter patenten opgesloten.
Zoals gezegd dienen de grote bedrijven hun patenten beschikbaar te stellen of verplicht worden hun patenten beschikbaar te stellen voor publiek gebruik
De overheid dient te bevorderen dat ontwikkelaars van nieuwe kennis elkaar kunnen ontmoeten en hun kennis kunnen delen en samen ontwikkelen.
Verder dienen civiele organisatie, studenten, coöperaties in steden en wijken met elkaar in contact te worden gebracht om ideeën en ontwikkelingen met elkaar te delen.

Globaliseer

Het is duidelijk dat wanneer besloten wordt tot een wereldwijde samenwerking op het gebied van voedselproductie, energie- en techniek transformatie, dit veel verder dient te gaan als ontwikkelingssamenwerking. De belofte te komen tot een wereldwijde inkomensgelijkheid is de afgelopen op geen enkele manier gehaald.
Voor de komende eeuw lijkt er geen andere oplossing te zijn dan te komen tot een wereldwijd basis inkomen voor iedereen. Een inkomen dat rechtstreeks naar individuen en gezinnen gaat zonder tussenkomst van bestuurders.
Dankzij mobiel bankieren en een wereldwijd telefoonboek met 5 miljard abonnees die er nu al zijn, is het mogelijk aan alle abonnees rechtstreeks digitale cash over te maken.
In Kenia werd een dergelijk experiment in 2007 uitgevoerd. Het was daardoor mogelijk digitale cash rechtstreeks over te maken aan bewoners van de meest afgelegen gebieden, zonder tussenkomst van een lokale bank.
Een dergelijk systeem dient vergezeld te gan van gratis onderwijs en gezondheidszorg voor iedereen.
Er dient een globale belasting te komen op extreme rijkdom. Er zijn meer dan 2000 miljardairs in 20 landen. Een jaarlijkes luxe tax van 1,5 % op hun netto vermogen zou elk jaar goed zijn voor 74 miljard. Dat zou genoeg zijn om elk kind op aarde, dat leeft in armoedige omstandigheden, voldoende onderwijs, voedsel en gezondheidszorg te geven.
Dit zou aangevuld kunnen worden met belastingen voor bedrijven zoals Google, Amazon, Ali Baba, Microsoft, Apple, Facebook, die nu via allerlei globale belastingconstructies en belastingparadijzen, belasting ontwijken.
Voeg hierbij belastingheffingen wereldwijd op uitstoot van koolstofdioxide die geheven wordt op olie kolen en gas producerende bedrijven.
Met het vrijgekomen bedrag zou veel voor het publieke belang van elke aarde bewoner kunnen gebeuren.
Het is in het belang van iedereen dat wij streven naar schone lucht, water, een stabiel klimaat en een biodiversiteit die kan gedijen in plaats uit te sterven.
Wij beschikken reeks over een wereldwijd netwerk waar wij kennis en ideeën met elkaar kunnen uitwisselen en beschikken reeds over de kennis over hoe wij het klimaat gunstig kunnen beïnvloeden.
Laten wij die kennis gebruiken zoals de veertienjarige William Kamkwamba dat in 2002 deed, toen zijn ouders niet langer zijn school konden betalen. Hij ging naar een bibliotheek en vond een boek waarin de werking van windmolens werd beschreven en hoe je er elektriciteit mee kon produceren. Op een plaatselijk vuilnishoop vond hij de benodigde materialen en bouwde een vijf meter hoge windmolen en slaagde ermee genoeg elektriciteit in de woning van zijn ouders op te wekken die genoeg was voor de verlichting van 4 peertjes. Vijf jaar later hield Kamkwamba een TED-talk: in Tanzania en kwam voor het eerst in aanraking met het internet.
Wat op dit moment nog mist is een wereldwijd platform op het internet waar open source kennis over windmolens uitgewisseld kan worden.

Inhoud:

Inleiding en samenvatting Doughnut Economics
1. Verander het doel van economie
2. Kijk naar het volledige plaatje
3. Koester de menselijke aard
4. Doorgrond systemen
5. Hoe verdeel je welvaart?
6. Maak alleen wat je kunt hergebruiken
7. Agnostisch over groei
8. Donut economie kan de mens en de aarde redden